is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet als Heer beleden worden (1 Kor. 12 : 3; Fil. 2 : 9— ). Als het voorwerp van het geloof wordt de opstanding van Christus genoemd, het onderpand der verkregen rechtvaardiging (H. 4:25; 1 Kor. 15: 17). (

Vs. 10. Wij hebben hier geen oratorische parallel: Suxioeuw eu wTVftx zijn van elkander te onderscheiden als rechtvaardiging en (volkomen) verlossing (zie op H. 5:9, 10, vg . ook H. 8:24). Om gerechtvaardigd te worden is alleen geloof om (volkomen) verlost te worden ook heiliging noodig, en hiertoe behoort de volhardende belijdenis des geloofs. Alles wordt nu nog eens samengevat in het woord, hetwel ook reeds H. 9:33 als uitgangspunt dienst deed. De belijdenis verdwijnt als in de schaduw van het geloof.

Vs. 11: „Want de Schrift zegt: Ieder, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden."

Wederom citeert de apostel volgens de Sept., maar hij voegt er het woordje ttü; bij. Een heil uit genade is vanze universeel. Geen wonder, dat de Joden, die zich aan ie eene stootten, zich ook aan het andere ergerden.

Vs. 12, 13.

Vs. 12, 13: „Want er is geen onderscheid tusschen Jood'en Griek; dezelfde Heer toch is (Heer) van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. 13 Want ieder, die den naam des Heeren aanroept, zal behouden worden."

De middelmuur (ro petróroizov, Ef. 2 : 14) tusschen Joden en Grieken, de wet, was door het werk van den Christus weggenomen. De gansche menschheid had nu slechts een Heer rijk genoeg voor allen, en genegen allen te helpen op een en dezelfde voorwaarde, nl. dat men Hem aanriep. Men kan vertalen: „dezelfde is Heer van allen of : „dezelfde Heer is (Heer) van allen", vgl. H. 2 : 29. In elk geval is