is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joden (ou irivTes is een litotes) het evangelie ongehoorzaam geweest (vgl. vs. 3). „Evangelie", vgl. „evangeliseeren", „verkondigen" in vs. 15. — Deze ongehoorzaamheid was voorzien en voorzegd, Jes. 53 : 1; de teleurstelling kwam dus niet onverwachts. De apostel voegt nvpis aan den hebr. tekst toe op grond van de Sept. Het woord xkovi, dat wij om het bijgevoegde wüv met „prediking" vertalen, beteekent eigenlijk „het gehoor" en vandaar „het gehoorde". Hier duidt het aan niet wat de profeten hooren, maar wat zij doen hooren. De ervaring der profeten was ook die der apostelen.

Vs. 17. Uit de klacht van den profeet leidt de apostel af, dat volgens den gewonen loop der dingen uit de prediking het geloof voortkomt, zoodat de schuld is bij de hoorders, wanneer hun het geloof ontbreekt. "Apx: het is dus zooals ik zeide (vs. 14). — Daur is weggelaten, beteekent xxoti thans het hooren zelf. Schrijft men met de Synodale Vertaling: „hetgeen gehoord wordt", dan zal in het tweede lid „en hetgeen gehoord wordt is door het woord Gods" „het woord Gods" „de orde Gods om predikers te zenden" moeten beteekenen (Meyer, Weiss, Oltramare); in vs. 8 wordt echter met pijiets anders bedoeld, terwijl deze opvatting evenmin steun vindt in de aangehaalde woorden. — Accepteert men de lezing XpitrTou, dan wordt Christus als het voorwerp (de inhoud) der prediking genoemd (gen. obj.). Bij „het woord Gods" hebben wij te denken aan het woord, dat van God uitgaat (gen. autoris).

Intusschen zou gevraagd kunnen worden: Heeft Israël wel voldoende de prediking vernomen?

Vs. 18: «Maar ik zeg: Hebben zij het misschien niet gehoord? Ja zeker, over de gansche aarde is hun stem uitgegaan en hunne woorden tot aan het einde der wereld."

Hetgeen in Ps. 19:5 gezegd wordt van de openbaring Gods in de natuur, past de apostel toe op de prediking des