is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben het verkregen; maar de overigen zijn verhard geworden; 8 gelyk ') er geschreven staat: God heeft hun een geest van verdooving gegeven, oogen om niet te zien en ooren om niet te hooren, tot op den dag van heden."

Als Israël niet verworpen is, wat is er dan gebeurd? De massa, die door eigen gerechtigheid zoekt gerechtvaardigd te worden, heeft de gerechtigheid niet verkregen, maar het overblijfsel naar de verkiezing heeft die verkregen door gena.de. — Het praes. èiriZpiTel (waarvoor men niet in

de plaats stelle) wijst aan, wat Israël gedaan heeft en nog doet. Met oi xontot wordt de groote massa van het volk bedoeld, nupoüv beteekent: een orgaan ongevoelig maken; vandaar in zerlelijken zin: de organen van het geestelijk leven verstompen. Oltramare tracht aan ixupuiwxv de beteekenis te geven van: zij hebben zich verhard; men zie echter vs. 8, vs. 10 en H. 9: 18.

Vs. 8. Mozes had dit oordeel reeds bij de Joden van zijn tijd geconstateerd. Terwijl Paulus Deut. 29:4 aanhaalt, vervangt hij de eerste woorden door een uitdrukking, aan Jes. 29: 10 ontleend, zoodat het negatieve van Deut. plaats maakt voor het positieve van Jesaja. Er ligt iets paradoxaals in „geest van verdooving", omdat de Geest gewoonlijk opwekt in plaats van te verdooven. komt van xxrxvixraa,

steken, doorboren, vgl. Hand. 2:37 (met smart doorsteken), en omdat een hevige smart ongevoelig maakt: in een toestand van verdooving brengen. Deze afleiding van Fritzsche is te verkiezen boven die van Volkmar, die het met vuu, vv*u, vv<rT<%a: in verband brengt. In de werken Gods is tweeërlei te onderscheiden: het materieele feit en de gedachte Gods; het eene kan men zien zonder het andere op te merken: vgl. Jes. 6: 10; Matth. 13: 14, 15; Joh. 12:40 enz.

1) oB: xaixvtf in plaats van xxiut.

3i*