is toegevoegd aan je favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ys. 9, 10: „En David zegt: Hun tafel worde hun tot een strik en tot een jacht en tot een val en tot een vergelding! 10 Dat hunne oogen verduisterd worden om niet te zien en krom hun rug te allen tijde!" ')

Het citaat is ontleend aan Pa. 69: 23, 24. Wij hebben hier natuurlijk geen historisch-kritisch onderzoek naar de echtheid van dezen psalm in te stellen. Dat Paulus de overlevering volgt en hem aan David toeschrijft, is duidelijk. De „tafel" is in den psalm een symbolische voorstelling van het zinnelijk genot der goddeloozen, waardoor zij bevangen worden. Paulus spreekt van een geestelijke straf en zal ook wel aan iets anders dan aan louter zinnelijk genot gedacht hebben. Waarschijnlijk doelt hij op het hoogmoedige vertrouwen, dat Israël in zijne ceremoniëele werken stelde en hetwelk het ten verderve voerde. Zoo Tholuck, Philippi, Weiss e. a. — A.an de twee woorden, waarmede de psalm den ondergang der goddeloozen aanduidt, voegt de apostel een derde toe, ifa, jacht (Pa. 35:8, Sept.); de bedoeling is: het wordt hem zoo verderfelijk als de jacht voor het wild. Men zal dan exxvïxtov moeten nemen in den zin van: valstrik, val. De opeenstapeling der uitdrukkingen moet de gedachte wekken, dat ontsnappen onmogelijk is. — Het hebr. en de Sept. hebben alleen het eerste en het derde woord. In de plaats van het tweede leest de Sept. tle toraxüoru, hetwelk in het hebr. leschilloumim (van schalam), en niet lischelomim (voor hen, die veilig zijn) onderstelt. Paulus ontleent dit woord aan de Sept., maar zet het bij wijze van conclusie aan het slot: en zoo tot vergelding. — Va. 10 beschrijft nog nader het tegenwoordige oordeel van Israël met de woorden van den psalm. Bij de ongevoeligheid van het

1) Lipsius, overigens geen vriend van interpolaties, houdt met anderen vs. 9, 10 voor een glosse, na de verwoesting van Jeruzalem geschreven. Hij acht Sixiravtó; met het volgende in strijd.