Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun val is het heil tot de Heidenen gekomen, om hun nayver op te wekken. 12 Indien nu hun val de rijkdom der wereld is, en hun vermindering de rijkdom der Heidenen, hoeveel te meer zal hun volheid het zijn!"

Met xèyco ovv neemt de apostel het in vs. 1 gestelde probleem weder op: Is de verharding der Joden definitief? Mij doet een ontkennend antwoord verwachten, nrxleiv en 7rtirTiiv beteekenen niet hetzelfde. „Zijn zij door hun ongeloof gestruikeld om voorgoed in het verderf te blijven?" Neen, hun val is den Heidenen ten zegen geweest. Volgens Reuss zegt de apostel, dat God de Joden verhard heeft om het evangelie tot de Heidenen te brengen. Maar wanneer Israël geloofd had, zou Israël zelf het evangelie tot de Heidenen hebben gebracht en zou er van de noodzakelijkheid van Israël's verharding geen sprake hebben kunnen wezen. Door zijn ongeloof heeft Israël God gedwongen een anderen weg te kiezen. — Door het heil der Heidenen wil God verder Israël tot jaloerschheid verwekken (vgl. H. 10: 19).

Vs. 12. As wijst hier een klimax aan. Uxpimupx correspondeert met irrxlen van vs. 11. De rijkdom der wereld is de staat van genade, waarin de Heidenen door het aannemen van het evangelie gekomen zijn. In het tweede deel van den zin, met het eerste parallel loopende, komen in plaats van „val" en „wereld" en „Heidenen". "Httjjm* is afgeleid

van i'iTTÜaóxi d. i. in een toestand van minderheid zijn. B.v. tegenover een vijand (overwonnen zijn, 2 Petr. 2:19). Of tegenover een normaal niveau. Zoo zou het hier een daling in het geestelijk leven van Israël kunnen beteekenen (zie 1 Kor. 6:7, vgl. 2 Kor. 12: 13), of de nederlaag, die het geleden heeft door de verwerping van een groot aantal (Oltramare), of de zedelijke schade, die de verworpenen door hun uitsluiting van het heil geleden hebben (Weiss, Hofmann e. a.). Het eenige bezwaar tegen deze verklaring is, dat men dan to trkypui/,% ook moet nemen in den zin van:

Sluiten