is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stomus, Meyer, Hofmann, Weiss, Luthardt e. a. verstaan onder „leven uit de dooden" het ingaan der gemeente in de heerlijkheid door „de opstanding der dooden" in eigenlijken zin. Maar waarom dan niet >5 of nog liever >} ivxaTxait? En welk verband is er tusschen de bekeering der Joden en de opstanding der lichamen? Het eene zou hier niet slechts op het andere volgen, maar ook met het andere worden vereenzelvigd ! Met Melanchton, Calvijn, Beza, Philippi denken wij liever aan een machtige geestelijke opwekking. Een nieuw leven van kennis, deugd en gelukzaligheid over den geheelen aardbodem (v. d. Palm). Het feest in het vaderlijke huis zal dan volkomen zijn, wanneer ook de oudste zoon mede zal aanzitten. Dit is wel te onderscheiden van de tcxTakhx}

Vs. 16—24: Waarschuwing van de Heidenen.

Israël's herstel is niet alleen mogelijk, maar ook zedelijk noodzakelijk (vs. 16). Daarom moeten de Heidenen zelfs voor Israël in den staat van zijn verval eerbied hebben (vs. 17, 18), en op zichzelven toezien, want wanneer dit volk verworpen is, hoeveel gemakkelijker kan hen zulk een oordeel overkomen (vs. 19—21)! Het slot (vs. 22—24) bevat nog een vermaning.

Vs. 16: „Indien nu de eerstelingen heilig zijn, dan ook het deeg; en indien de wortel heilig is, dan ook de takken."

De Joden zijn aan God gewijd door hun oorsprong, door de roeping van Abraham, die hun roeping in zich sloot (vs. 28). Men denke hierbij aan Num. 15:18—21, niet aan Lev. 23 : 10. Sommigen *) willen in die eerstelingen het beeld zien van de bekeerde Joden, die het onderpand zijn van Israël's bekeering, maar dan zou men iets dergelijks van de Heidenen kunnen zeggen, terwijl hier toch blijkbaar speciaal

1) Zoo nog Clemen: Theol. Literaturzeitung, 1896, 592.