is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets van de Joden bedoeld wordt. Origenes en Theodoretus denken aan Christus, die de bekeering van het volk, waaruit Hij is voortgekomen, waarborgt, maar dan zou de redeneenng ook weder van de Heidenen kunnen gelden, omdat Jezus niet alleen Jood, maar ook mensch is geweest. De aartsvaders worden bedoeld. In hen was het geheele volk heilig. — Deze vergelijking gaf den apostel echter geen gelegenheid, onderscheid te maken tusschen geloovige en ongeloovige Joden. Daarom volgt er nog een tweede, die hetzelfde wil zeggen als de eerste; alleen wordt door de tweede een organische eenheid in beeld gebracht (zie Weiss). Origenes ziet in den „wortel" Christus, door zijn hemelschen oorsprong de eigenlijke schepper van het joodsche volk; het verband geeft echter niet de minste aanleiding om aan de praeexistentie van Christus te denken. - Uit deze vergelijkingen volgt, dat het joodsche volk slechts in den oorspronkelijken grond moet blijven om vruchten voort te brengen, terwijl de Heidenen moeten worden overgeplant. Hierin vindt Paulus aanleiding tot een dubbele waarschuwing aan het adres van de Heidenen. Allereerst: dat zij niet hoogmoedig worden.

Ys. 17, 18: „Maar wanneer sommige der takken afgebroken zijn, en gij, die een wilde olijfboom waart, onder hen geënt zijt, en aan den wortel en 4) de vettigheid van den olijfboom mede deel gekregen hebt, 18 zoo roem niet tegen de takken; en indien gij roemt, niet gij draagt den wortel, maar de wortel draagt u."

Wij hebben Si met „maar" vertaald; men kan het ook nemen in den zin van „nu". T/vi? staat voor een deel, hetzij groot, hetzij klein (zie H. 3:3). Met Sé wordt niet de geheele christelijke kerk uit de Heidenen, maar een Christen

1) Text. ree. AELP: t»? p<?>c *«' DFGIt. laten de woorden weg; N B C: ti(ï pi£i( zonder *«',