Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het, dat enz. Het heil is uit Israël. Wanneer een Heiden gelooft, wordt hij den zegen van Israël deelachtig. De Joden zijn voor de Heidenen het kanaal der zegeningen Gods en niet omgekeerd (Hodge). Hoe ongerijmd dus, wanfieer de Heiden den Jood veracht! En hoe gevaarlijk bovendien!

ys. 19 — 21: „Gij zult dan zeggen: Takken1) zijn afgebroken, opdat ik zou worden ingeënt. 20 Goed: door hun ongeloof zyn zg afgebroken 2), en gy staat door het geloof; wees niet hoogmoedig 3)> maar vrees! 21 Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, (zoo zou het kunnen gebeuren) 4), dat Hij ook u niet spaart.

De tegenwerping, door Paulus zijn lezer in den mond gelegd, is uit vs. 17 afgeleid. Vandaar „dan". Men leze zonder oi. Een eigenaardig accent ligt op "v* en fyi>. — Baljon vat vs. 19 op als een vraag en houdt (vs. 20)

met Van de Sande Bakhuyzen voor een goedkeurende aanteekening van een lezer. Paulus zelf zou zulk een gezegde, als vs. 19 (positief genomen) bevat, niet kunnen goedkeuren. Maar Paulus kan wel het feit toestemmen, zonder de hoogmoedige gevolgtrekking voor zijn rekening te nemen. De Joden zijn tengevolge van hun ongeloof verworpen; maar wanneer de Heidenen door hun geloof de plaats der Joden hebben ingenomen, is dat alleen door Gods genade. Hoogmoed is het omgekeerde van geloof en zou de Heidenen terstond blootstellen aan het oordeel, hetwelk over de ongeloovige Joden gekomen is. Misschien verdient de lezing wfrKtXppivsi de voorkeur boven wQpóvei (naar H. 12:16) ; 1 Tim. 6:17

1) Teit. ree. D en enkele min. hebben 01 vóór kA«5<h.

2) BDFG: tx\xir6>l<rav in plaats van e$ex*x<r8>i<T<xv.

3) NAB: 4>fov(' in Plaats van

4) Text ree. DFGLSyr.: ovh <7cv; NABCPOr. laten weg. De Text. ree. leest met enkele min.: r*<; al de maj.: (piirer*,.

Sluiten