is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Otto, Kliefoth aan de joodsche individuen, die van den tijd der apostelen tot de parousie zich bekeeren. Echter zou cTuöfreTA. dan een tautologie worden, en de iuhoud der openbaring niet zoo verrassend zijn. — Natuurlijk wordt door de belofte van de bekeering van Israël als volk de individueele vrijheid der i'an levende Israëlieten niet ontkend. Van het volk als volk wordt gesproken. Zie Zach. 12: 10—14. — Reeds lag deze verborgenheid opgesloten in twee profetische woorden.

Ys. 26b, 27: „gelijk er geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen '), Hij zal de goddeloosheden afwenden van Jakob; 27 en dit is Mijn verbond met hen, wanneer Ik hunne zonden wegneem."

Paulus verbindt hier Jes. 59:20, 21a en II. 27:9. Het tweede citaat begint met „wanneer". De teksten hebben betrekking op den messiaanschen tijd. Paulus citeert volgens de Sept., met dit onderscheid, dat in plaats van svexsv v staat h Siwk. Vanwaar deze verandering? Misschien was svexsv in sommige HSS. verkort, zoodat het gemakkelijk met ix kon verward worden. Ook kan b.v. Ps. 110:2 den apostel voor den geest hebben gestaan. De hebr. tekst luidt anders. Hoe het zij, de nadruk valt hierop, dat de Verlosser het geheele volk (Jakob) zal verlossen. Het eerste deel van den zin zal wel op de eerste verschijning van den Messias slaan. In elk geval wordt met Sion niet het hemelsche Jeruzalem bedoeld (Sanday and Headlam, zie Theol.

Lit.-Zeit., 1896).

De woorden van vs. 27a maken nog een deel uit van de eerste aanhaling; echter hebben zij veel van de woorden in Jes. 27 : 9: km rovri i<rriv >5 euhayia; xvtov. Ook dit kan

Dalmer stelt „geheel Israël" tegenover Israël, dat in een geloovig en ongeloovig deel is verdeeld.

1) Teit ree. E L Syr.: *«<•