is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de verwerping der Joden ontsloot den Heidenen den toegang tot het evangelie.

Vs. 31. Nu (in de tegenwoordige periode) zijn de Joden ongehoorzaam en wandelen de Heidenen in het licht der genade, opdat het heil der Heidenen ook eenmaal tot de Joden kome. Ditmaal zal de bekeering der eene partij niet het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid, maar van het heil der andere. De geschiedenis van het Godsrijk zal zonder dissonant, in volkomen harmonie eindigen. — Velen hebben ry vfttripy JaIm doen afhangen van fael6n<r«v: Baljon (de Joden zijn nu ongehoorzaam aan de aan u betoonde barmhartigheid; met verwerping van Straatman's conjectuur: fcnprépv), Luther (zij hebben niet willen gelooven aan de genade, die u bewezen was), Calvijn, Beek (zij zijn aan het evangelie ongeloovig geweest, omdat u genade was wedervaren), Volkmar (zij hebben niet geloofd, opdat gij zoudt kunnen gelooven en genade verkrijgen). In al deze gevallen komt de parallel tusschen vs. 30 en 31 niet tot haar recht. Ti feta hangt af van èteniürtv. Het is vóór nx^ ge¬

plaatst, opdat er alle nadruk op zou vallen; vgl. dergelijke omzettingen H. 12:3; 1 Kor. 3:5; 9:15 enz Het wil niet zeggen: een ontferming gelijk aan de uwe (Tholuck, Weiss); de aan de Heidenen bewezen ontferming zelf zal Israël ten zegen zijn (vgl. vs. 11).

Vs. 32: „Want God heeft hen allen l) in de ongehoorzaamheid ingesloten, opdat Hij zich over allen

ontferme."

Dit laatste woord doet ons den raad Gods, wier hoofdlijnen hierboven geteekend waren, in zijn geheel kennen (want). — Sommigen hebben aan „insluiten" de beteekenis gegeven van „verklaren", op de wijze van Gal. 3 :22. Paulus spreekt hier echter van een werkelijke daad Gods (H. 1 : ^4, 26, 28; 11 : 7). De latente zonde moest in de geschiedenis

1) D F G It. Ir.: tttetra of tx xxvtx iu plaats rau tou;