is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen doet hij het ook in H. 6, 8. wordt

bovendien gebezigd H. 15:30, hetwelk volgens Renan tot den brief aan de Romeinen behoort. Of het eerste deel van H. 15 een herhaling is van H. 12, zullen wij straks zien. Vreemd, dat een leerstellige verhandeling voor heidenschchristelijke gemeenten als die te Efeze en te Thessalonika zoo maar kan dienen voor een joodsch-christelijke gemeente, als die te Rome (Renan). Vreemd ook, dat de leerlingen van Paulus verscheidene dagen bezig waren met het overschrijven van den brief voor de verschillende gemeenten, en dat de uitgevers later aan het slot van het voornaamste afschrift het slot van de andere afschriften toevoegden, om toch maar niets van het door den apostel geschrevene verloren te laten gaan.

Niet veel sterker zijn de bezwaren van Schultz. Waarom kon Paulus zich niet beroepen op zijn apostelschap voor de Heidenen (H. 12:3)? Waren er te Rome geen armen en vreemdelingen ? Was de vermaning tot onderwerping aan de gestelde machten niet noodig onder alle omstandigheden, vooral te Rome, de hoofdstad van het romeinsche rijk? H. 6 predikt het beginsel der heiliging; mag H. 12 het niet verder ontwikkelen? Over het verband tusschen H. 12 en het voorafgaande, en over ovv zie beneden.

Van het thema van den brief (H. 1 : 17) kwam een uitdrukking nog niet geheel tot haar recht, nl. de uitdrukking: „zal leven". Zij ligt ten grondslag aan H. 6—8, maar ook aan H. 12, 13. — Dat de systematische orde in de vermaningen zou ontbreken, is niet juist. H. 12 beweegt zich op godsdienstig en zedelijk, H. 13 op burgerlijk terrein. Het uitgangspunt van deze dubbele werkzaamheid van den geloovige is de heiliging van zijn lichaam (H. 12:1, 2). Het doel is de wederkomst des Heeren (H. 13: 11—14). Het geheel splitst zich dus vanzelf in deze 4 stukken: H. 12:1, 2; 12:3—21; 13:1—10; 13: 11—14. ') — Het zedelijke

1) Steinmeyer onderscheidt: die Christenpflicht, die Bürgerpflicht, die Liebespflicht.