Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwd worden .1» de maat der werBMmnem, -=»• al» een ieder op het terrein des gelooft i. aangewezen, in tegenstelling met de bekwaamheden, die de <*}£

cebied der aardsche dingen bezitten. De bijzondere gave die ieder als geloovige ontvangt, bepaalt den b^»'9n '°™ (de maat) van werkzaamheid, waartoe h„ als geloof ge roepen is. Liever honden wij voor gen_p«*l en

vereenigen ons met het gevoelen vao Weiss, dat Paolus met opzet niet de maat der begaafdheid maar de maat desi vertrouwens op de Goddelijke genade, zonder welke die genade e gaven niet kan mededeelen, als norm der zelfwaardeer ng noemt om aan te duiden, dat ook dit laatste een werking der genade is en dus ook de begaafdheid voor een genadegave Gods moet gehouden worden, zoodat er voor ^erheffing geen plaats overblijft. - 'Ek**tv hangt af van Tl Kor. 8:5; 7:17 enz. Otto geeft deze verklaring Ik gebied u, te bedenken, dat God aan een ie er sec zijn maat van geloof en niet al de volheid daarvan gee . Maar in het verband is geen sprake van c en ry om ^ geloofs, wèl van de verscheidenheid der gaven,

geloof zich openbaart.

v3 4 5 • .Want evenals ') wij in één lichaam vele 'leden hebben, maar alle leden niet dezelfde we» king hebben, 5 zoo zjjn wjj velen éen lichaam in Christus en ieder ') afzonderlijk elkanders leden.

Hoe noodzakelijk het is, dat ieder deel van het geheel tot zijn eigen werkzaamheid beperkt blijft, b »kt u,t de orgam,L van het men8chel»ke lichaam. Gel# de vele leden van dat lichaam op bijzondere functies zijn aangelegd, zoo „orden de verschillende leden van het lichaam van Ohnstus tot verschillende diensten geroepen; zie 1 Kor. 12. Nab , Michelsen en Baljon wUlen door vervangen.

1) DEFQi in plaats Tan KxSuvep-

2) Teit. ree. EL: o Sc- de andere cod.: ro Si.

Sluiten