Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nii»e. hxrxy*!. Het uitgesproken beginsel is van toepassing op eiken regeeringsvorm, op een monarchie zoowel als op een republiek. Het „oordeel" is niet het eeuwig oordeel, maar de aardsche straf, als straf van God, zooals die voltrokken wordt door of niet door de overheid; vgl. Mt. 26 : 52.

Vs. 3, 4: „Want de overheden zijn een schrik niet voor het goede werk, maar voor het kwade '). Wilt gij nu zonder vrees zijn voor de macht, doe het goede, en gij zult lof van haar ontvangen; 4 want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar zoo gij het kwade doet, zoo vrees; want niet tevergeefs draagt zij het zwaard; zij is toch Gods dienares, om den rechtvaardigen toorn 2) te doen komen over hem, die het kwade doet.

„Want" slaat niet alleen terug op het begrip van straf in vs." 2b (Weiss), waaruit volgen zou, dat „het kwade werk" slechts in verzet tegen, en „het goede werk" slechts in onderwerping aan de overheid bestaat. Het wijst op het Goddelijk karakter van het gezag en op den eerbied, dien men voor dat gezag als zoodanig hebben moet. Waarom is opstand misdaad tegen God (vs. 2«) en strafbaar (vs. 2b)? Omdat de overheid van God is, en een gewichtige zedelijke roeping te vervullen heeft. — „Het goede werk" is het doen van gerechtigheid, „het kwade werk" het doen van ongerechtigheid in het maatschappelijke leven in zijn ganschen omvang. De overheid moet op haar gebied het goede aanmoedigen en het kwade onderdrukken. Haar gebied is dat van het werk of de werken, dat van de uitwendige daden. — Volgens Baljon, Junius, Naber, Westcott en Hort is de echte tekst: 3 xyxtoepycj), voor hem, die goed doet. — Op

1) Text. ree. EL min. Syr.: rm ayxSav epyav ruv x«xwv;

SABDFGP It.: ra ocyaSu epya TW **""•

2) D F G laten ei{ epyf* weg.

35

Godet/Jonkkb , Romeinen.

Sluiten