is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat deze beschouwing van den staat de ware is, blijkt uit het volgende.

Vs. 6, 7 : „Daarom betaalt gij immers ook schatting; want dienaren Gods zijn zij, juist daaraan zich geheel wijdende. 7 Geeft ') allen wat gij hun schuldig zgt: schatting wien gij schatting, tol wien gij tol, vrees wien gij vrees, eer wien gij eer schuldig zijt."

Door het betalen van belasting erkent ieder de onmisbaarheid van den staat. „Daarom" slaat op het geheele voorafgaande betoog. „Want" is het bewijs van het beginsel uit de praktijk; „ook" stelt de overeenkomst tusschen het algemeene beginsel en het bijzondere feit in het licht, zoodat men reKelre, gij betaalt, niet met Hofmann en Weizsacker als een imp. mag opvatten. — In plaats van Sixxovo; (vs. 4) gebruikt Paulus hier Af/Tovpyo'?, samengesteld uit en epyov, en iemand aanduidende, die een openbaar werk ten dienste van het volk verricht. De bijvoeging ósoü stempelt dezen dienst tot een dienst van God. Sommigen vertalen: want de dienaren zijn van God; maar dan had het art. vóór henoupyoi niet mogen ontbreken. Olshausen, Philippi denken bij e'it «.utó tovto aan het innen der belastingen 2), maar dit is niet overeenkomstig de hooge roeping van den staat, zooals die hier ontwikkeld wordt. Bovendien zou men dan een cirkelredeneering krijgen: men moet belasting betalen, omdat de overheid Gods dienares is; en zij is Gods dienares, omdat zij belasting int. Ei? xiiro toüto ziet op den publieken dienst, waartoe de overheid door God geroepen is. Men kan deze woorden dan van \enovpyoi doen afhangen en irpoa-icxpTcpoüvTei absoluut nemen; men kan ze ook verbinden met irpotrK/xpTepovvTc;.

1) Text. ree. EFGLP: ouv, wat door N A B D wordt weggelaten.

2) Weizsacker: die eben dazu auf ihrem Posten sind.

35»