is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeging cv t$ is echt. Het kan na iv rw xiyw gemakkelijk zijn weggelaten. Evenals to yup stelt het de aanhaling als bekend voor. Men zie Lev. 19:18. 'AvxxeCpx^xiovv: een veelheid onder een eenheid (hoofd) samenvatten; Ef. 1: 10. — Sommige HSS. hebben van êxvróv ouxutóv gemaakt; dit is onnoodig: vgl. Joh. 18:34.

Vs. 10. Het asyndeton geeft aan den zin een zekere levendigheid. Ten gevolge van gemis aan inzicht in het verband konden sommige uitleggers vragen, waarom de apostel hier spreekt over het kwade, dat de liefde niet doet, en niet over het goede, dat zij wel doet. Hofmann antwoordt: omdat het vanzelf spreekt, dat de liefde goed doet. Maar spreekt het dan niet veel meer vanzelf, dat de liefde geen kwaad doet? De liefde komt hier alleen ter sprake als waarborg van het doen der gerechtigheid. Het doen van de gerechtigheid heeft een negatief karakter (geen kwaad doen). — mtpupx eigenl. hetgeen een ledig aanvult. Vs. 10b herhaalt als conclusie het beginsel van vs. 8b. De liefde vervult het ledige kader der wet.

Het karakter van den staat, volgens Rom. 13. Paulus snijdt hier twee dwalingen af. Allereerst de meening van hen, die een „état athée" (Odillon-Barrot) willen, en met Vinet zeggen: de staat is de mensch, zonder het geweten. Deze opvatting is o. i. valsch, omdat de staat den natuurlijken mensch vertegenwoordigt, en de natuurlijke mensch noch is „athée", noch „zonder geweten". In hem is een zedelijk element, de wet geschreven in het hart (H. 2: 14, 15), zelfs een godsdienstig element, de natuurlijke openbaring van God aan de menschelijke ziel (H. 1: 19—21). Beide elementen nu, die tot onze natuur behooren, behooren ook in de gemeenschap van menschen, zooals die georganiseerd is in den staat. Paulus heeft dit beginsel, hetwelk aan de instelling van den staat een zedelijk en zelfs een godsdienstig karakter geeft, zeer juist gesteld (vs. 1, 2, 5). Maar, en dit is de tweede dwaling, men verwarre dit godsdienstig karakter van den staat niet met een christelijk karakter. Er is een burger-