Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke, er is ook een christelijke sfeer (H. 12, 13). De eene is psychisch (vandaar: nx<rx alle ziel: H. 13:1), de

andere pneumatisch (H. 12 : 1—6). De eene staat onder de tucht der gerechtigheid, de andere onder de tucht der liefde. De eene gebruikt dwang, de andere wordt beheerscht door de vrijheid. Er is dus wel een groot onderscheid, maar geen tegenstelling tusschen staat en kerk, evenmin als tusschen wet en genade, gerechtigheid en liefde. Gelijk de wet den weg baant voor de genade, en de gerechtigheid voor de liefde, zoo dient de staat de kerk door de orde te handhaven en door haar in de gelegenheid te stellen, rustig haar taak te volbrengen en de aardbewoners te hervormen in hemelburgers. De kerk heeft van den staat niets anders te vragen dan vrijheid van beweging, geen geloofsdwang. Vgl. 1 Tim. 2:1, 2. — Wij staan hier voor een rijkdom van beginselen (H. 12:3, door de mij gegeven genade!). —Neumann heeft gezegd, dat de geschiedenis der exegese van Rom. 13 tevens de geschiedenis is der verhouding van de kerk tot den staat (Dr. H. M. van Nes, Drie eeuwen van strijd, 1895, 49).

IV.

Het doel.

H. 13:11—14.

ZEVENENTWINTIGSTE STUK.

H. 13:11-14.

De verwachting van Christus' wederkomst, de beweegkracht der christelijke heiliging.

In H. 12:1, 2 poneerde Paulus den grondslag der heiliging, hier ontwikkelt hij haar verheven doel.

Ys. 11, 12: „En dat, daar gij den tjjd kent, dat het reeds de ure voor u ') is om uit den slaap te

1) Text. ree. DBFQL It. Syr«ch: NABCP: Vf<««.

Sluiten