is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwaken; want het heil is ons nu naderbg, dan toen wij geloovig werden. 12 De nacht is vérgevorderd, en de dag is nabij; laat ons dan afleggen de werken der duisternis en ') aandoen de wapenen des lichts."

De ietwat harde overgang van vs. 10 op vs. 11 wordt verschillend verklaard. Meyer laat eiSóref afhangen van otpeiteTe (vs. 8). Lange neemt de toevlucht tot een ellips; op grond van veronderstelt hij „wij weten" en leest

aldus: En daar wij dit weten (nl. dat de liefde de vervulling der wet is), kennen wij ook de beteekenis van het tegenwoordige oogenblik (de nadering van het einde). Hofmann kan zich niet met deze verklaringen vereenigen en vertaalt toüto door „op deze wijze": Daar wij den tijd op deze wijze kennen, d. i. daar wij de beteekenis van het tegenwoordige oogenblik aldus opvatten. Ons komt het voor, dat Paulus hier de voorschriften van H. 12, 13 samenvat. Doet dat (en dat, scil. doet), daar gij den tijd kent. „Doet" kan uit het voorgaande gemakkelijk afgeleid worden. — De trouw der geloovigen in het vervullen hunner roeping berust op hun kennis van den tegenwoordigen toestand der wereld. Zij weten, dat het oogenblik ernstig, de tijd kort is; zij hebben dus geen oogenblik te verliezen. De apostel vergelijkt de positie der Christenen met die van iemand, die des morgens wakker wordt, en nu door een energieke daad van zijn wil zich opheft uit den toestand van loomheid, waardoor hij nog is bevangen. De slaap is het beeld van den toestand van verwijdering van God, van vleeschelijke gerustheid, van geestelijke verdooving, van onverschilligheid. Wèl mag van den Christen gezegd worden, dat hij ontwaakt is; maar hij moet ook zorg dragen, dat hij niet weder inslaapt (zie vs. 13); hij moet alle dagen weder ontwaken, totdat het volle licht en het volmaakte leven komen. "H5>?: reeds; Philippi: eindelijk eens. '1verdient de voorkeur boven ifoei;, hetwelk

1) ABCDEP: Se in plaata van xxt.