Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinspeelt hier op den dag van Jezus Christus: vgl. 1 Thess. 5:5,8. De Christen moet zich in den vollen zin des woords behoorlijk gedragen. Het slechte is hoogst onbehoorlijk; daarom trekt het zich terug in den nacht. De werken der duisternis worden paarsgewijze genoemd: de zinnelijkheid in den vorm van eten en drinken; de onreinheid in de gestalte van uitspatting en lichtzinnigheid; twist en nijd •); vgl. 1 Kor. 3:3; 2 Kor. 12:20; Gal. 5:20.

Aan den anderen kant de positieve vermaning van het aandoen van Jezus Christus, die hier als onze heiliging wordt voorgesteld (1 Kor. 1: 30). D. i. door een voortdurende gemeenschap met Christus moet men zich zijn gevoelens, zijn gezindheid, zijn wijze van doen toeëigenen, zoodat men „in Hem bevonden wordt" (Fil. 3:9) en Hij ons levenselement is. Volgens Gal. 3 : 27 begint dit „aandoen van Christus" met den doop. Christus zelf is voor zijne verlosten het bruiloftskleed.

Hierop volgt nog een vermaning, die den overgang vormt tot het volgende stuk. De Christen behoort zich te wachten niet alleen voor grove uitspattingen maar ook voor minder grof, schijnbaar rechtmatig sensueel genot. Inderdaad ontkent de apostel niet, dat men zorg moet hebben, ook voor het lichaam, maar dit is niet hetzelfde als „het vleesch verzorgen". „Vleesch" duidt hier onze zinnelijke natuur aan. Genot is niet verboden (vgl. Hand. 27:3: sirinetelas tux^v), maar wel het irpovoixv irotelaöxi (let op het medium), waarbij het denken uitgaat in de richting van het sensueele. Met erkentelijkheid de genieting aan te nemen, welke God geeft, is iets geheel anders dan het genot te zoeken, er vooraf (irpóvotx) aan te denken, er zijne zorgen aan te wijden. — „Tot begeerlijkheden" kan op tweeërlei wijze verklaard worden. Verzorgt het vleesch niet met het oog op de voldoening der begeerlijkheden. Of: Verzorgt het vleesch niet, hetgeen ongetwijfeld

1) Dr. P. A. Klap (Ouderdom en karakter der christelijke gemeente te Kome, Theol. Stud. 1899, 412) denkt hier aan den strijd tusschen het joodsch-chriBtelijk en het heidensoh-christelijk deei der gemeente.

Sluiten