is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weinig groente'', en waar geleerd wordt, dat het eten van vleesch tegennatuurlijk en duivelsch is; voorts herinnert Baur aan het woord van Hegesippus over Jakobus, den broeder des Heeren: hij nuttigde niets, dat bezield (ê/t\puxov) was geweest. Volgens Epiphanius vierden de strengste Ebionieten het avondmaal met ongezuurd brood en water, waaruit schijnt te volgen, dat zij zich geheel en al van wijn onthielden.

Ritschl (Entsteh. d. altk. Kirche, 2<> Aufl. S. 184), Meyer, Mangold e. a. veronderstellen, dat de zwakken vroeger Esseërs waren, die geen vleesch aten noch wijn dronken (zie echter Lucius, der Essenismus, 1881 en Zahn, Einl. S. 26(J). Zij kunnen tengevolge van een oorlog gevankelijk naar Rome gebracht zijn, hier tot bekeering zijn gekomen, zonderevenwel met hun vroegere levenswijze te breken. Men denke aan de secte, die eenige jaren later de gemeente te Kolosse in beroering bracht.

Met het oog op de twee laatste verklaringen ligt de vraag voor de hand, vooreerst of Paulus, indien de zwakken tot eene van beide partijen behoord hadden, niet meer aandacht aan de zaak zelve zou geschonken hebben (vgl. zijn polemiek in den brief aan de Kol.), ten andere of zulke Christenen niet wat stouter voor den dag zouden zijn gekomen dan de brief veronderstelt.

Een zeker ascetisch dualisme, een reactie tegen het alom heerschende bederf openbaarde zich destijds overal en zal ook wel niet ontbroken hebben te Rome, het centrum der wereld. Mogelijk kwam hierbij een streven om tot den primitieven eenvoud der menschheid terug te keeren (zie Gen. 1 : 29; 9 : 3, 4, 20). Eenig christelijk beginsel was hiermede niet gemoeid, zoodat de apostel het ook niet noodig acht dieper tot de zaak in te gaan, maar alleen aandringt op de goede verstandhouding tusschen de gemeenteleden onderling, welke waarschijnlijk het meest gevaar liep bij de liefdemaaltijden. Enkele trekken van H. 14 versterken ons in deze opvatting.

Men heeft vs. 1—12 gehouden voor een vermaning aan de zwakken, en vs. 13—23 voor een woord aan de sterken.