is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vs. 6» gesproken wordt, werkelijk in de gemeente te Rome in zwang was. Wanneer iemand voor zijn voedsel den Gever (God) dankt, toont hij daarmede, te eten om des Heeren wil. In de laatste alinea lezen wij niet: „want hij dankt , maar: „en hij dankt". Dat hij zich ter wille van den Heer onthield, behoefde niet bewezen te worden; dat sprak vanzelf. En hij dankt, d. i.: en zoo (in het bewustzijn, dat hij zich ter wille van den Heer onthoudt) dankt hij (Weiss), of: hij dankt er niet minder om. Wanneer hij zich niet op zijn onthouding laat voorstaan, maar er God van harte voor dankt, als voor een schutsmuur tegen de zonde, het vleesch en de wereld, en wanneer hij, in plaats van zich op zijn feestdagen te verheffen, God prijst voor de wekstemmen, die daarin tot hem komen, doet hij het den Heere en looft Hem daarvoor. En hetgeen, waarvoor men God looft, scheidt ons niet van Hem, maar verbindt ons nog inniger aan Hem (Schlatter). Men stelle zich deze tweeërlei dankzegging van twee klassen van geloovigen aan de liefdemaaltijden voor. Eten en drinken of zich onthouden, werken of feestdagen houden, 'tis een speciale vorm van een algemeene en meer ingrijpende tegenstelling: die van leven en sterven.

Vs. 7, 8: „Want niemand onzer leeft zichzelven, en niemand onzer sterft zichzelven. 8 Want hetzij wij leven, wg leven den Heere; hetzij wij sterven *), wij sterven 2) den Heere. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven 3), wij zijn des Heeren."

De geloovige heeft in plaats van den ouden meester (het eigen ik) een nieuwen Meester (Christus; H. 6:1 v.; 2 Kor. 4:15), dien hij in leven en in sterven dient. De waarde van leven en sterven wordt door de verheerlijking van Christus

1) Teit. ree. i<B: turroiviitrxunev; ADEFGP: otxo$vt)rxo/tev.

2) nCL: aitoSvifrHO(itv; andere cod.: uxo^vviTxai^ev.

8) Text. ree. kBCL: zro9vti<Txui*ev; ADEFGP: xToi^irxoiitv.

36»