is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaald (2 Kor. 5:6—9)1). — Men heeft bij vs. 7, 8» wel eens gedacht, niet aan de toewijding van den geloovige, maar aan het eigendomsrecht vau Christus: Christus is de Heer, dien wij in leven en sterven moeten toebehooren. Echter zijn CppovsTv en evxxpurreïv iecji (vs. 6) niet als plichten voorgesteld, evenmin als hier alleen van verplichtingen sprake is. Eerst later, in vs. 9 (volgens Weiss en Philippi) of liever reeds in vs. 8^, handelt de apostel over de objectieve betrekking van den Heer tot ons. - Men leze de eerste en de derde maal cc7roQvvi<T>iuptev, de tweede maal xvoivwtopev. De afschrijvers, die de tweede maal den conj. schreven, deden dit onder den invloed van den voorgaanden en den volgenden conj., of omdat zij hier een vermaning wilden lezen (zie H. 5: 1). — Weiss en Philippi vatten vs. 8* in subjectieven zin op, maar aangezien dan het derde deel van den zin weinig meer dan een tamelijk overbodige samenvatting van de eerste twee deelen zou zijn, ow meer een herhaling dan een conclusie zou aanduiden, >wpiou in plaats van Kiipicc niet voldoende zou worden gemotiveerd, is het beter, hier den overgang van het subjectieve tot het objectieve aan te nemen. Door zijn innerlijke overgave blijft de geloovige in leven en in sterven het onvervreemdbaar eigendom van zijnen Heer. Het volgende vers leert ons, waarop die betrekking berust.

Vs. 9: „Want daartoe is Christus2) gestorven en levend geworden3), opdat Hg over dooden en levenden heerschen zou."

Om zoowel de levenden als de dooden tot zijn eigendom

1) Böhmer denkt bij „sterren" aan het dooden der begeerlijkheden, bij „leven''

aan geestelijke vrijheid!

2) Text. ree. L Syr.: x«< vóór «xeSavev.

3) Text. ree. Syr'ch en min.: xveüxvrn xai xvttrrvi xxt xve^ti<rev (Lr. toe< f£tf(T£v).

«ABC: crrreQmev xxi <if «v (F G: «'reSavev xxt Ktttvvi).

DE It.: xxi x-reQxvfv xxt otve&Ty.