Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande. Wanneer men het weglaat, komt „voor zichzelven , waarop ongetwijfeld de nadruk valt, beter uit.

ys> 13—23: Aan bet adres van de sterken.

De sterken worden vermaand, van hunne vrijheid zulk een gebruik te maken, dat zij niet in strijd komen met de liefde. Hofmann merkt terecht op, dat tot de zwakken zoo iets met kan gezegd worden, omdat zij innerlijk gebonden zijn. De sterke kan gevaarlijk worden voor den zwakke, doordat hij hem kwetst en ergert (vs. 14-19»); doordat hij hem ertoe brengt om iets tegen zijn geweten te doen, en aldus het werk Gods in hem verstoort (vs. 19b—23). Vs. 13 is een overgang en een inleiding.

Vs. 13 : „Laat ons dan elkander niet meer oordeelen, maar oordeelt 4) veeleer dit, dat men den broeder geen aanstoot of2) ergernis geven moet."

Vs. 13® is de samenvatting van het vorige. Uit het woord elkander" blijkt, dat ook de minachting der sterken van de zwakken „oordeelen" heet. Mtfiun onderstelt, dat zulk oordeelen reeds heeft plaats gehad. — In vs. 13b spreekt Paulus alleen de sterken aan. Kpiveiv heeft de tweede maa een andere beteekenis dan de eerste en beteekent dan evenals in 1 Kor. 2:2; 7 :37 : besluiten. — ZkxvïxMv zegt nog iets meer dan 7rpoax:^^x, gelijk „vallen erger is dan „zich stooten" Dit zou dan overeenstemmen met de tweeledige uiteenzetting, die volgt. Wil men absoluut geen verschil tusschen de beide woorden aannemen, dan moet men in de herhaling een zekeren nadruk zien, of met Michelsen de lezing van B volgen, of met Weisse, Bentley, Van de Sande Bakhuyzen, Baljon iï ™x-jhx\w als een glosse schrappen.

Vs. 14—18.

Vs. 14, 15: „Ik weet en ben verzekerd in den Heer

1) Weizsacker: lasset um nicht mehr einander richten, sondern uns darauf

richten u. s. w.

2) B arm. laten xporxontix * weg.

Sluiten