is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoort '). 20 Verbreek niet om een spijs het werk Gods; alles is wel rein, maar kwaad is het voor den mensch, die met aanstoot eet.

Vs. 19® is de samenvatting van het vorige; 19b leidt het volgende in. Men moet den naaste niet slechts niet bedroeven , maar men moet ook toezien, dat men het werk Gods in zijn hart niet schade. Bij den eersten oogopslag zouden wij 3tciKUftsv boven iiÜMiiev verkiezen, ware het niet dat sommige afschrijvers telkens een vermanenden vorm aan den tekst gaven, waar een indicatief beter is: vgl. de toevoeging cpuxdfrfw in sommige HSS. aan het einde van het vers. De indic. duidt eenvoudig een beginsel aan, dat in elk christelijk geweten leeft. Op vrede drong Paulus reeds aan; nu legt hij den nadruk op de onderlinge stichting.

Vs 20 In het asyndeton tusschen vs. 19 en 20 ligt een zekere levendigheid. Vs. 15 handelde over het verderven van den broeder, hier spreekt de apostel over het verderven van het werk Gods in hem. ») De op zichzelve reine spijs is niet meer rein voor den mensch, die ze tegen zijn geweten gebruikt. Eeiche onderstelt bij xaxóv als subj. ro iMieiv, Meyer: ro xxóxpóv, Weiss: irêcv (uit irivrx afgeleid). Waarschijnlijk is het subject kxmv (scil. yiverxi of hu): het is kwaad voor hem, die enz. - Over M (in ld xponówroi) zie men H. 2 : 27. Bedoeld wordt natuurlijk niet de ergernis, die de sterke geeft, maar het eten van den zwakke tegen zijn overtuiging in en de daarmede verbonden gewetenswroeging. Het is gevaarlijk, iets tegen het geweten te doen.

Vs. 21 is korte samenvatting van hetgeen aan het adres

der sterken gericht is.

Vs. 21: „Het is goed, geen vleesch te eten ea geen wijn te drinken, noch (iets te doen), waaraan

n D E F G It. laten op ov( volgen tpvA*$a/iev.

2) Gunkel schijnt (a. a. O. S. 74) „het werk Gods" en den broeder te identifieeren, omdat hij op grond van deze plaats schrijft: de Christen » een 'épyov tov Qsov.