is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gaf het in twee (vermeerderde) edities (H. 16 : 25—27; 15:1—16:24), die later tot één zijn samengesmolten. Volkmar vindt het echte slot in II. 15:33—16:2 en H. 16:21—24. Het andere is er later bijgevoegd door twee auteurs: de een leefde in het Oosten en voegde er ongeveer 145 de doxologie bij, de andere in het Westen gaf het overige (± 200). Intusschen heeft die hypothese van het archief wel iets romantisch! Het korte slot van Volkmar past niet bij de tamelijk lange inleiding van den brief. Dan heeft Paulus den indruk gegeven, dat hij plotseling moest eindigen, waarvoor geen aannemelijke reden is. Men oordeele zelf. Volgens Volkmar schreef Paulus: En alwat men niet uit geloof doet, is zonde (H. 14 : 23). De God des vredes zij met u allen! Amen. Ik beveel u Phoebe en groet u met de vrienden —

Neen, zoo kan Paulus dezen brief niet geëindigd

hebben.

3e Stel, dat de voornaamste getuigen (de oudste HSS. en Vertalingen e. a.) deze verzen terecht aan het einde van H. 16 plaatsen, hoe dan hunne verplaatsing naar H. 14 te verklaren? Men kan aannemen, dat in sommige streken de openlijke voorlezing van fragmenten uit dezen brief met H. 14 eindigde, omdat hier het eigenlijk gezegde didaktische deel eindigde (vgl. Hort). Aangezien nu H. 14:23 geen voegzaam slot vormde, schreef men ten dienste van den voorlezer de doxologie er naast (in margine). Zoo kan de doxologie hier in den tekst zijn gekomen. Vooral met de lectionaria was dit dikwijls het geval. Brengt men hiertegen in, dat H. 15, 16 bijna geheel in al onze lectionaria voorkomen, dan zij geantwoord, dat beide hoofdstukken in een vroegeren tijd kunnen zijn weggelaten. Zonder analogie is dit niet. Zahn beweert in zijn werk over Ignatius van Antiochië, dat de syrische uitgave van diens brieven (ed. Cureton) niet de oorspronkelijke tekst is, maar slechts een uittreksel van zekeren syrischen monnik voor een stichtelijk doel, waarin alle belangrijke historische en persoonlijke bijzonderheden zijn weggelaten. Zoo ook deze brief. Wat strekte tot stichting liep tot het einde van H. 14, weshalve men hier