Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereiken wij de hoogte der christelijke hoop. behoeft

niet den exceptioneelen zin te hebben van „vasthouden"; „hebben" is voldoende. Door de Schriften komen wij tot God zeiven.

Vs. 5. De volharding en de vertroosting zijn eigenlijk van God afkomstig. Gemeenschap met Hem brengt ook gemeenschap met de broeders voort. Naar Christus Jezus: naar den wil van Christus Jezus (Weizsacker: Christus Jesus gemasz). Over het onderscheid tusschen Christus Jezus en Jezus Christus zie men H. 1:1.

Vs. 6. Wanneer de gemeente eensgezind is (to xuto (ppovsïv), zal geen verschil in bijzaken de harten verdeelen en zal uit de eensgezindheid de gemeenschappelijke aanbidding geboren worden. Als de harten één zijn, zullen ook de monden eén zijn. — Sommigen verbinden alleen „Vader" met „onzen Heer Jezus Christus", maar ook „God" kan men hiermede verbinden (zie Ef. 1:17; Matth. 27: 16; Joh. 20:17). De eene uitdrukking duidt dan de afhankelijkheid van Jezus van God, de andere zijn innige gemeenschap met Hem aan. Het ideaal, hetwelk den apostel voor den geest staat, is dat van ééne gemeente, waarin Jood en Heiden God aanbidden. Zal tegenover dit heerlijke ideaal eenig offer (zie vs. 1) te veel zijn?

Vs. 7: „Daarom neemt elkander aan, gelijk ook

Christus onsheeft aangenomen tot heerlijkheid Gods."

De gedachte aan de liefde van Christus moet tot onderlinge liefde dringen. Waarschijnlijk is foxs de echte lezing; y/^5;

kan uit irpotrhxpfixvevóë „neemt gij aan" zijn outstaan.

El; $ói-av tol/ óeov hangt af van 7rpo<rs\x(3sTo; het werk van Christus moet God verheerlijken zoowel bij de geloovigen uit de Joden als bij die uit de Heidenen (zie Weiss). — Mangold meent, dat de barmhartigheid van Christus hier alleen ver-

I) Text. ree. BDP: ide andere getuigen hebben

Sluiten