Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meld wordt om den geloovigen een voorbeeld te geven, hoe zij zich jegens elkander hebben te gedragen. Echter blijkt uit het vervolg, dat Paulus zoowel van de aanneming deiJoden als van die der Heidenen spreekt.

Vs. 8 , 9a: Want*) ik zeg, dat Christus 2) een dienaar der'besnijdenis geworden is3) ter wille van de waarheid Gods, om de aan de vaderen gedane beloften te bevestigen, 9a maar dat de Heidenen God verheerlijken ter wille van Zijn barmhartigheid

In het behoud der Joden komt de waarheid Gods uit, Zijn trouw aan de beloften; in dat der Heidenen Zijne barmhartigheid, omdat alles hun deel wordt, zonder dat het hun was beloofd. — Txp verdient de voorkeur boven lé. Het volgende is nl. het bewijs van ck Wfyv 0e«ü van vs. 7. Zoowel Joden als Heidenen prijzen God. Baur dat Paulus Christus onmogelijk „dienaar der besnijdenis" kon noemen. Men zie echter Gal. 4:4,5; Fil. 2 : 8 enz. Hilgenfeld erkent, dat deze uitdrukking niets meer zegt dan hetgeen reeds in H. 11 lag opgesloten. - De lezing yiywi beteekent, dat Christus blijft wat Hij eenmaal is geworden. Het bevestigen eener belofte sluit hare vervulling in zich;

vgl. 2 Kor. 1: 19, 20.

Vs. 9®. De profetie sprak wel over de Heidenen maar richtte zich niet rechtstreeks tot hen. Daarom is hun heil niet op trouw maar op barmhartigheid gegrond. is

geen optativus (Hofmann) maar een inf. aor., niet afhankelijk van eU maar van Asyw. — Dat de Heidenen zullen dee hebben aan het eeuwig Halleluja, wordt door de Schrift aangekondigd.

Telt. rec. Ii Syr.: 5e; de andere getuigen hebben: yxp.

2) Text. rec. D E F G It. Syr.: Iirovv Xpitrrov; LP: Xpiirov If™uvj

SABC: Xpia-Tov.

3) Text rec. N A B LP: ysyew&x'; BCDFÖ: yeverixi

Sluiten