Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 9b, 10: „geljjk geschreven staat: Daarom zal ik U loven onder de Heidenen, en Uwen naam psalmzingen. 10 En wederom zegt de Schrift: Weest vroolijk, gij Heidenen! met Zijn volk."

De eerste aanhaling is ontleend aan Ps. 18 :50. David is overwinnaar van zijne vijanden, en zal nu zijn lofzang ter eere van God onder de Heidenen doen weerklinken. Wat bij David slechts onvolkomen was, zal veel heerlijker geschieden in het rijk van den Messias. — De tweede aanhaling (hèyei, scil. $ ypxQvj) vindt men Deut. 32:43. Paulus volgt de lezing van de Sept. — De bedoeling van deze en van de volgende citaten is: eenmaal zullen de Heidenen met Israël Jehova roemen.

Ys. 11, 12: „En wederom1): Looft den Heer, alle gij Heidenen, en laat alle volken Hem prijzen2)! 12 En wederom zegt Jesaja: De wortel van Isaï, en hij, die opstaat om over de Heidenen te heerschen, zal komen; op hem zullen de Heidenen hopen."

De derde aanhaling is ontleend aan Ps. 117:1. De lofzang ter eere van Jehova, waartoe de psalmist de Heidenen opwekt, veronderstelt natuurlijk hun bekeering en ingang in het rijk Gods. Misschien is êirxtvfaxTs een opzettelijke verbetering; è^xivsaxTutrxv verdient de voorkeur. — In vs. 12 wordt Jes. 11:10 geciteerd, naar de Sept., met afwijking van den hebr. tekst. — Met welk eene ontroering zal Paulus deze plaatsen Tertius in de pen hebben gegeven! Zij gaven hem zooveel kracht en vertroosting (zie vs. 4) en spoorden hem aan om te volharden (zie vs. 13).

1) BDEF It. Syr. laten op waAiv volgen: Aeyei.

2) Text. rec. FÖLP: fraivtrxre in plaats van eTteneo-xTuirm.

Sluiten