is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het evangelie Gods vervullende, opdat het offer der Heidenen Gode aangenaam zij, geheiligd door den Heiligen Geest."

Paulus had de genade van het apostelschap ontvangen om de Heidenen priesterlijk aan God aan te bieden. Welk een verheven taak! AsiToupyó; duidt eene priesterlijke bediening aan. De roeping, waartoe Paulus door Jezus Christus geroepen was, bestond niet alleen in de prediking des evangelies; dit was slechts het begin; inderdaad had zijn apostolaat een priesterlijke strekking; vgl. het woord hpovpyelv d. i. priesterlijk offeren (zie Meyer). De heilige offeranden waren de Heidenen, in het bijzonder de gemeenten, welke hij had gesticht. Hoe was zijn leven voor haar één aanhoudend gebed: vgl. H. 1: 8—10 en het begin van al zijne brieven. „Het evangelie" is hier gelijk elders (zie bij H. 1:9) niet de inhoud maar de prediking van het evangelie. Tav lóvüv, gen. app.; het offer, dat bestaat in de persoonlijke heiliging der Heidenen. Deze heiliging is het werk van den H. Geest (vgl. Ef. 1 : 13). Misschien wordt deze heiliging gegesteld tegenover de ceremoniëele bij de tempel-offers. Von Soden (Handc. III2, 2e Abth. S. 118) vat tv 7tvsuia(hti iyicfi ten onrechte subjectief op, van de geaardheid, die uit de heiliging volgt. Weiss denkt aan den doop. — Van Manen schrijft (t. a. p. bl. 182): „Die geheele voorstelling (nl. dat de apostel als een priester de heidenen Gode moest offeren) is naar vorm en inhoud zóó gezocht, zóó berekend om indruk te maken en den lezer te stemmen tot bewondering van den held, wien zij geldt, dat men aanstonds beseft: hier spreekt niet Paulus over zichzelf, maar een ander, die zich overtuigd houdt van de groote verdiensten des apostels in zake de prediking van het Evangelie onder de heidenen."

Paulus rechtvaardigt zijn schrijven door een beroep op zijn waardigheid als apostel der Heidenen, waaruit volgt, dat de groote meerderheid van de Christenen te Rome vroeger Heidenen waren. Mangold ontkent dit en omschrijft vs. 15