is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Christenen te llome de verzekering geven, dat hij geen lage leugenaar was? Een beroep op zijn waarheidsliefde was wellicht in 2 Kor. 1 en 2 Kor. 10 van pas met het oog op zijne tegenstanders; hier was het vrij overbodig. Misschien is de bedoeling van Paulus deze: „Het zou stoutmoedig van mij zijn, als ik ook slechts één kenteeken van het apostelambt noemde, waardoor God mijn dienst onder de Heidenen niet bezegeld heeft, evenals Hij die der Twaalven onder de Joden bezegelde." Het zou mij moeielijk vallen, iets uit te denken of te zeggen, wat Christus niet door mijn dienst heeft teweeg gebracht (v. d. Palm). Het zou gemakkelijker zijn hem van leugen te overtuigen, wanneer hij een der kenteekenen van zijn ambt wegliet, dan wanneer hij ze vrijmoedig opsomt, zooals hij op het punt is te doen. „In woord" d. i. zijn openbaar en bijzonder onderwijs; „in daad" d. i. zijne reizen, zijne collecten, zijn lijden, zijne opofferingenen zelfs zijne wonderen , ofschoon deze nog opzettelijk vermeld worden.

Vs. 19. Onder „de kracht van teekenen" verstaat Meyer de kracht, die van teekenen is uitgegaan. Meer waarschijnlijk is, dat Paulus denkt aan de (Goddelijke) kracht, die in de door hem gedane teekenen uitblonk. De wonderen worden „teekenen" genoemd, met het oog op de beteekenis, welke God er aan geeft en die de menschen erin moeten onderkennen ; „wonderen" (répx:) heeten zij als „wonderlijke" gebeurtenissen, die met den gewonen gang der dingen niet overeenkomen. „De kracht des Geestes" is de kracht, waarmede de Geest Paulus vervult, waarschijnlijk in zijn prediking, zoodat het met Asyy correspondeert, gelijk het vorige met Ipyy. Men leze liever „Geest van God" dan ,,Heilige Geest". Of is de echte lezing misschien „Geest" zonder meer? — 'Ei* "è'jvxfj.ii <ry[/,eiuv xx) repxTuv wordt geschrapt door Matthes (Ue nieuwe richting), Rovers (Heeft Paulus zich ter verdediging van zijn apostelschap op wonderen beroepen? 1870) *),

1) Zie ook Godgeleerde Bijdragen 1870 ea Jahrb. f. Prot. Theol. 1895, S. 115.