is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgenomen worde, 32 opdat ik door den wil Gods !) met blijdschap tot u kome2), en mi] met u verkwikke 3)."

Met „broeders" doet Paulus een dringend beroep op de genegenheid zijner lezers. Hij vraagt hun voorbede. Hij vraagt die in den naam van Christus, hunnen Heer, en in naam van de liefde, waarmede de Heilige Geest hen aan elkander verbonden heeft. Dat gebed is een strijd. Meestal voegt men (nrsp tpoü *) en irpos tov ósóv bij Trpscevxüï: „uwe gebeden voor mij bij God''; aangezien echter de gebeden uit den aard gebeden tot God zijn en speciale gebeden voor Paulus niet behoeven te worden ondersteld, ligt het meer voor de hand, beide uitdrukkingen met auvxyuvivxvixi te verbinden. Paulus zelf strijdt mede voor hetzelfde doel.

Vs. 31. Behalve de ongeloovige Joden duchtte Paulus nog andere bezwaren. Vele geloovigen hadden een vooroordeel tegen zijn persoon en werk (Hand. 21:20, 21). Aupocpapix verdient om het zeldzame der uitdrukking de voorkeur boven üixxmix. Dat Paulus niet zonder reden tegen de reis naar Jeruzalem opzag, moge blijken uit Hand. 20: 22, 23; 21 : 4 v., 11 v. — Naber en Michelsen willen in plaats van iireiiovvruv lezen «s-eiAoiWav; Baljon keurt deze gissing af; bovendien laat Michelsen >? iv 'Upouvxhfa (of $ eU 'Upourxhvpi) weg. Van Manen schrijft (bl. 183): „Hij (Paulus) vreest, dat de ongehoorzamen in Judea hem lastig zullen vallen en dat zijn dienstbetoon niet welgevallig zal zijn aan de heiligen te Jeruzalem. Waarom hij dan niet afziet van de voorgenomen reis en het geld door een ander naar Jeruzalem zendt, terwijl hij dan zelf onmiddellijk gevolg kan geven aan zijn smachtend verlangen naar een kennismaking met de Romeinen?

1) Text. ree. AC LP min. Syr.: 0eoi/; {<: lirov Xpurrov, B: xvpiov l^70u\ T) E F G It.: Xptrrou Itfrou.

2) Text. ree. DBFOLP: £Aöw *«<; K AC: sASav.

3) B laat *«< tTvvxvx7ravtraiizi v/uv weg. Bousset houdt de lezing Tan B Toor de echte (Theol. Lit.-Zeit., 1894, 653).

4) Bouaaet houdt wep e/xou Yoor een glosse.