is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hooren het niet en begrijpen het niet. Evenmin, welken grond hij had voor die vrees. Tenzij men aan Paulus mocht willen toekennen de kunst om in de toekomst te lezen en de onbegrijpelijke begeerte om desniettegenstaande, geheel onnoodig, in zijn verderf te loopen, laat zich de hier onderstelde vrees niet anders verklaren dan uit de overlevering, die wist te verhalen van de onaangenaamheden, die Paulus te Jeruzalem zoude ondervinden en van den ondank, waarmede men zijn liefdebetoon aldaar zou beloonen.

Vs. 32. Men kan iv %xpö. en Six öihyatxTos öeoü met awxvomxv<Tu;/.xi verbinden, maar omdat het begrip „blijdschap reeds in „zich verkwikken" ligt opgesloten, en „door den wil Gods" beter bij „komen" past, ligt het meer voor de hand, de twee bepalingen bij ÉAda te voegen. 'EKdciv zal

waarschijnlijk een verbetering van ï>.8u xxl zyn*

Over avvxvxTra,vijuiJt.xi vergelijke men H. 1: 12. Omdat hier sprake is van iets, hetwelk Paulus gewoonlijk als het werk van God voorstelt, is men geneigd, aan de lezing „door den wil Gods" de voorkeur te geven, hoewel zij misschien juist daarom voor een emendatie moet worden gehouden. Westcott en Hort denken aan een interpolatie.

Yb. 33: „De God nu des vredes !) zij met u allen! Amen 2).

Naarmate de apostel het einde nadert, schijnt hij meer en meer behoefte te voelen, zijn hart uit te storten in een bede. Hij weet genoeg van nooden en gevaren om den vrede op prijs te stellen. — De echtheid van „Amen is twijfelachtig. De meeste Majusc. hebben het; drie hebben het niet. Het past anders wel bij het uitgesproken gevoel van bezorgdheid.

Lucht handhaaft de echtheid van vs. 30—33. \olkmar

1) D E F G It. Syr'ch laten iitu na EiftffS weBi) A F G laten «fffv weg.