is toegevoegd aan je favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen die van vs. 33. Over de bezwaren tegon de echtheid van het geheele 15de hoofdstuk spraken wij reeds. De hypothese van Semler en Paulus, dat dit hooflstuk een bladzijde was voor de personen, welke in H. 16 genoemd worden , of voor verlichte leden der gemeente te Rome, vindt geen bijval meer. Wij hebben zoowel den nauwen samenhang van H. 15a met H. 14 als de betrekking tusschen H. I5l> met den geheelen brief, in het bijzonder met H. 1: 1—15, fiangetoond. Hilgenfeld zegt terecht: „Het gaat niet aan, zoo zonder meer H. 15 en 16 weg te nemen; de brief aan de Romeinen kan niet met H. 14: 23 zijn geëindigd, wanneer hij een slot heeft gehad." En Reuss: „De vermaningen, in het eerste deel van H. 15 vervat, stemmen geheel overeen met die in het vorige hoofdstuk en de gelijkluidende plaatsen in andere brieven, terwijl in de wijze, waarop de apostel zijne plannen uiteenzet, zijn geest en zijn antecedenten zich volkomen natuurlijk uitspreken, evenals zij den toestand van het oogenblik uitdrukken." Er is volstrekt geen reden te bedenken, waarom dit hoofdstuk er later zal bijgevoegd zijn; evenmin kan men aannemen, dat de brief met li. 14 zal geëindigd zijn.

EENENDERTIGSTE STUK.

II. 16: 1—16.

Aanbeveling; gboeten.

De apostel pleegt aan het einde van zijne brieven onderwerpen van min of meer persoonlijken aard te behandelen: vgl. 1 Kor. 16:1—22 (in 't bijzonder vs. 22); 2 Kor. 13 : 11 — 13; Kol. 4:7—18; Fil. 4:10—23; 1 Thess. 5: 25—28. Hij doet het ook hier.

De aanbeveling van Phebe: vs. 1, 2.

Ys. 1, 2: En ') ik beveel u Phebe aan, onze zuster,

1) Dlfl laten Je weg.