Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 4. OÏ'rivec: quippe qui. „Zij hebben hun hals onder (de bijl) gelegd" beteekent zooveel als „zij hebben hun leven voor mij gewaagd". Wanneer dit geschiedde? Te Korinthe, in de dagen, waarin Hand. 18:12 ons verplaatst? Maar was Paulus toen in levensgevaar ? Liever denke men aan des apostels verblijf te Efeze: vgl. 1 Kor. 15:32 en 2 Kor. 1:8. Is deze onderstelling juist, dan bewijst het bericht vs. 4 twee dingen: vooreerst dat de brief eerder voor Rome bestemd was dan voor Efeze, waar het feit plaats had gehad; ten andere dat de eerste lezers Heiden-Christenen waren; vgl. „niet alleen ik, maar al de gemeenten der Heidenen". Een gemeente uit de Joden zou voor een zoodanige aanbeveling weinig gevoelen. Van Manen (bl. 174) ziet hier weer tastbare overdrijving; Niemand zal den apostel aansprakelijk stellen voor zooveel misplaatst gevoel van eigenwaarde.

Vs. 5S. „De gemeente ten hunnen huize" kan beteekenen: le het huisgezin met zijne dienstboden en werklieden enz.; 2® het deel der gemeente te Rome, hetwelk ten huize van Aquila en Prisca vergaderde; 3e de geheele gemeente: vgl. 1 Kor. 14: 23. De laatste opvatting is in strijd met xxtx , hetwelk een distributieve beteekenis heeft, en andere plaatsen van vereeniging onderstelt (vs. 14, 15). De eerste is niet aannemelijk, omdat Paulus een private samenkomst wel niet èxKXytrix zal hebben genoemd. Blijft over de tweede mogelijkheid; vgl. 1 Kor. 16 : 19. In groote steden als Efeze, Korinthe en Rome zullen vergaderingen van de gansche gemeente wel niet talrijk zijn geweest (1 Kor. 14: 23); tusschentijds vergaderden de verschillende groepen afzonderlijk. Volgens H. Schultz was Aquila ouderling te Efeze; hij leidt dit af uit de omstandigheid dat Aquila een huisgemeente had en beweert, dat hij

Afculfaragii Bar Ebhraya in epistnlftn Pfii]! ITin* Arinotationea ayriace edidit Maximilianua Tjoelir, GïHtingen, 1889" in Theol. Lit.-Zeit. 1889, 307. Volgens Harnack (Zeitachrift für die ntl. Wias. u. a. w. von Preuschen, I) is de brief aan de Hebreërs door Aquila en Priscilla, misschien voornamelijk door Priscilla geschreven.

Sluiten