Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aquila en Prisca van het Oosten naar het Westen zijn gegaan. Er is geen reden om met Hofmann en Zahn al de hier genoemden (tot vs. 13) voor leden van de gemeente ten huize van Aquila te houden.

Ys. 7, 8: „Groet Andronicus en Junias, mijne stamgenooten en mijne medegevangenen, die vermaard zijn bg de apostelen, die zelfs vóór mij in Christus zijn geweest1). 8 Groet Ampliatus *), mijn geliefde in den Heer."

'louvixv (of 'louvixv) kan een zekere Junia, zuster of vrouw van Andronicus, aanduiden. Maar op grond van hetgeen volgt denke men liever aan Junias (afkorting voor Junianus). "Zityyevel; pou kunnen zijn bloedverwanten of stamverwanten (H. 9 : 3). Het eerste ligt het meest voor de hand, maar aangezien in vs. 11, 21 ook anderen, onder welke Macedoniërs (Jason en Sosipater, Hand. 17:5; 22:4), aldus genoemd worden, moet het woord misschien in ruimeren zin worden opgevat. — Wij weten niet, wanneer zij met Paulus gevangen geweest zijn. Men zie echter 2 Kor. 6:4 v. en 11: 23 v. Clemens Romanus vermeldt zeven gevangenschappen van den apostel, terwijl wij slechts van vier (te Filippi, Jeruzalem, Cesarea, Rome) iets naders weten. Echter kan Paulus ook een gevangenschap vóór zijne zendingsreizen bedoeld hebben: vgl. het einde vau het vers. — Venema wil in plaats van lezen iruvy^iKiuTxt;; vgl. echter

Baljon (bl. 34). — 'Eiriryftoi su rol; a7r:aTo>.ois beteekent naar (le gewone opvatting: „vermaard bij de apostelen". Godet vertaalt: „onder de apostelen", het woord opvattende in den ruimeren zin3) van Hand. 14: 4, 14, waar Barnabas „apostel

1) DEFG It.! T01( * po epov in plaats van 01 xxi tt po epiou yeyovzriv (ysyovav).

2) 1) E L P Syr.: AfiwA/av in plaats van AprKixrov.

3) Vgl. Sanday—Hcadlam p, 4; Didache, XI, XII. Het is echter de vraag, of Paulus het woord in zoo ruimen zin gebruikt. 1 Kor. 9:5, door Godet aangehaald, bewijst niet veel. Zie Weiss en Zahn.

Godrt/Jonkkii, 'Romeinen. 39

Sluiten