Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd wordt (Weizsacker: sie haben ein gutes Gerücht als Apostel). Bovendien behoorden zij tot de eerste Christenen en mochten daarom des te meer op de eer der anderen aanspraak maken. — Ampliatus x) (vs. 8), een geliefde in den Heer. Misschien heeft hij zich door zijn ijver in den dienst van Christus de liefde van den apostel verworven.

Vs. 9, 10: „Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en Stachys, mijn geliefde. 10 Groet Apelles, den beproefde in Christus. Groet hen, die van het huis van Aristobulus zijn."

Urbanus (= stedeling); Stachys (—aar). Misschien noemt Paulus den eerste „onzen medearbeider", omdat hij de evangelieprediking in het algemeen bedoelt. Apelles, een gewone naam van vrijgelatenen, vooral onder de Joden. Men denke aan het bekende „Credat judaeus Apella . Aox.tpi.oi;: die de proef heeft doorstaan. „Die van het huis van Aristobulus", waarschijnlijk slaven.

Vs. 11, 12: „Groet Herodion, mijn stamgenoot. Groet hen uit het huis van Narcissus, die in den Heer zijn. 12 Groet Tryfena en Tryfosa, die arbeiden in den Heer. Groet Persis, de geliefde, die veel heeft gearbeid in den Heer."

Suetonius, Plinius, Tacitus spreken van een vrijgelatene van Claudius, die Narcissus heette. Toen Paulus dezen brief schreef, was Narcissus echter reeds vier jaren dood; daarom kan zijn huis nog wel te Rome bestaan hebben. De naam komt meermalen voor. Vs. 12 vermeldt drie vrouwen. De twee eersten waren nog werkzaam, de laatste had zich vroeger verdienstelijk gemaakt, evenals Maria van vs. 6. TpóQxtvx en TpuQZax (zusters ?) kan van rpuQxv, weelderig leven, zijn

1) Vgl. over dezen naam en de volgende namen Zahn (Einl. S. 296); over Ampliatii9-Urbanus Yan Rhijn (Theol. Stud. 1899, 84).

Sluiten