is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op als „weldra", in verband met de aanstaande wederkomst van Christus. Echter kan èv ook aanduiden de snel¬

heid, waarmede iets geschiedt (vgl. Ez. 29 : 5; Deut. 28 : 20; Joz. 8 : 19; Sir. 27 : 3). Dan wil Paulus zeggen, niet dat de overwinning binnen kort, maar dat zij zonder langen strijd zal behaald worden. — In de overwinning ligt een Goddelijke (truvrptysi) en een menschelijke factor (uta robq nfèxq ü.uüi/).

De zegenwensch, die in sommige HSS. èn hier èn in vs. 24, in andere alleen in vs. 24 gelezen wordt, plaatsen wij hier en alleen hier. De verplaatsing van den wensch naar vs. 24 is dan gemakkelijk te verklaren, vooral wanneer men in aanmerking neemt, dat vs. 25—27 in sommige HSS. ontbreken, en de brief toch moeielijk met broeder „Quartus" kon eindigen. En uit de verplaatsing volgde de herhaling vanzelf. — Vs. 20b komt overeen met 1 Kor. 16 : 23. Het staat niet in bijzonder verband met het vorige en moet dus als een algemeen slot van den brief aangemerkt worden.

Ys. 17—20 passen veel beter op een aan Paulus onbekende gemeente dan op eene, die hijzelf had gesticht. Men schrijft niet aan zijn eigen leerlingen op de wijze van vs. 19a. De gemeente schijnt nog jong te zijn. Tot de Efeziërs zou de apostel niet aldus over de joodsche, dwaalleeraars hebben gesproken. Zij kenden hen maar al te goed! In hun midden toch had Paulus den brief aan de Galatiërs en den eersten brief aan de Korinthiërs geschreven. Wanneer de dwaalleer reeds in de gemeente was binnengedrongen, zou de apostel wel anders dan zoo terloops voor haar gewaarschuwd hebben.

Groeten van Paulus' medearbeiders: vs. 21—23.

Vs. 21—23: „U groet ') Timotheüs, mijn medearbeider, en Lucius en Jason en Sosipater, mijne stamgenooten 2). 22 Ik, Tertius, die dezen brief geschreven heb, groet u in den Heer. 23 U groet

1} Text. ree. EL: xttx^ovtxi in plaats van xtrvx^crxi.

2) DEÏQ lezen hier: kxi ai exx^rixi kxeui rou Xpirrov Tan ts, 16.