Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gajus, mijn gastheer en die der geheele gemeente ')• U groet Erastus, de rentmeester der stad, en Quartus, de broeder 2)."

Het is vreemd, dat Paulus aan den afscheidswensch in vs. 20 nog deze groeten toevoegt, aangezien de groeten dei medearbeiders gewoonlijk aan den afscheidswensch voorafgaan. Men herinnere zich echter, hoe Paulus in het begin van zijn brief (H. 1 : 1—5) op den voorgrond stelt, dat hij al3 apostel der Heidenen aan de Romeinen schreef. Hij deelt deze waardigheid met niemand, zelfs niet met rimotheüs. Daarom wordt Timotheüs in H. 1: 1 niet genoemd, zooals gewoonlijk

geschiedt (2 Kor. 1:1; Kol. 1:1; Eil. 1 : Ij Filem. 1 . 1 en 2 Thess. 1:1). — In den brief aan de Efeziërs kan Timotheüs om dezelfde reden niet zijn vermeld; toen Paulus 1 Kor. schreef, was Timotheüs afwezig. — Dit is zeker wel de reden, dat de groeten van Paulus' medearbeiders eerst na het slot van den eigenlijken brief komen.

Timotheüs was te Korinthe en zou met Paulus naar Jeruzalem gaan; vgl. Hand. 20:4. In Hand. 20:4 is ook sprake van Sopater van Beréa, een der afgevaardigden van de gemeenten van Macedonië, zeker dezelfde als deze Sosipater. Jason komt voor in Hand. 17 : 1—7. Lucius kan Lucius van Hand. 13: 1 zijn. Waarschijnlijk hebben deze vier medearbeiders van Paulus in betrekking gestaan tot Aquila, Epénetus enz. En daarom voegt Paulus hunne

groeten bij de zijne.

Ys. 22. Behalve deze is er nog een andere medearbeider, die zijne groeten doet, Tertius, wien de apostel dezen brief dicteerde. Hij mag zijne groeten zelfstandig aan den brief toevoegen: wel een bewijs, dat Paulus zijne helpers in eere weet te houden ! Oltramare merkt terecht op, dat de woorden „die u dezen brief geschreven heb" op een brief van zekeren

1) F G: xxi ohxi eu ixxw'tixi.

2) Text. ree. DEFGL min. lezen hier: i T'v ""P'0" W" xUtree rvxvTuv v/twv, zie vs. 20.

Sluiten