is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Paulus tot de wereld richt; anderen van het woord, hetwelk Jezus Christus gedurende zijn leven op aarde gepredikt heeft. 'I>170Ü XpivTcü is gen. obj.: de prediking, die Jezus Christus tot inhoud heeft. De toevoeging dient om het al te persoonlijke van „mijn evangelie" eenigszins te verzachten. Dat dit evangelie geen ander is dan dat der andere apostelen, blijkt uit 1 Kor 15:11; Gal. 2:7, 8. — De vraag is, of het volgende kxtx (overeenkomstig de openbaring der verborgenheid ) met het vorige gelijkstaat dan wel er van

afhangt. In het eerste geval moet men het in verband brengen met „versterken" (Meyer) of met „Hem, die machtig is u te versterken" (Philippi), maar beide keeren hebben wij een soort tautologie. Aannemelijker is de gedachte, dat zoowel de verkondiging van Paulus' evangelie als de prediking van Jezus Christus in overeenstemming is met de openbaring deiverborgenheid, en niet een daad van willekeur. — Zoolang de raad Gods met betrekking tot ons heil verborgen bleef, had de mensch met een verborgenheid te doen (1 Kor. 2:7; Rom. 11 : 25). Nu echter in Christus aan het licht gekomen, is die verborgenheid door den Heiligen Geest aan de apostelen geopenbaard (1 Kor. 2:7 —12), met het oog op de Heidenen in het bijzonder aan Paulus (Ef. 3 : 2, 3; Gal. 1:11, 12, 16). De inhoud dier verborgenheid is in het algemeen het heil in Christus, hier in het bijzonder het heil, zooals het aan de Heidenen gepredikt moest worden, opdat zij met de geloovigen uit de Joden in Christus één lichaam zouden uitmaken (Ef. 3: 4—6). — De eeuwige tijden , de tijden der eeuwen, zijn de eeuwen van de schepping tot de komst van Christus: vgl. Tit. 1:2. !)

Vs. 26. Tegenover die reeks van eeuwen staat i/vv. Godet denkt bij tyxvspuMvroï aan de openbaring des Geestes in de apostelen: vgl. Ef. 1:5. Wij gelooven met Weiss en Beek, dat Paulus de verschijning van Christus bedoelt. — Deze openbaring moet worden bekend gemaakt. Het partikel ts >

1) Von Sodeu (Hand-Commentar 1 III, 38) acht het mogelijk, dat vs. 25 y. een imitatie is van Kol. 1 : 26.