is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de week, en ook zelfs op Zondagmiddag als de straat uit kuieren ging, lag er alles stil, eenzaamde het egale toonlooze huis met zijn vele gelijke vensters en zijn kleurlooze, verflooze gevel.

Het bleef er aldoor dor, doodsch en klam. Er mochten bewoners de trap opkomen, de trap afgaan, de kamerdeur openen en toeslaan, dit veranderde niets aan hetaspekt, gaf niet het leven aan de grauw-geboende trappen, eenzaam-krakend in haar vroege gesletenheid. Leeg bleven de wit-gekalkte, van onder zwart-beteerde gangen, waar het zonlicht op de muren neerdroop, als in een naakt klooster, kaal en sjofel, waarin de kamers vier-aan-vier uitmondden, met naar onder en naar boven een gelijk aantal vertrekken, een kwadrate optasting, naastelkaar-zetting van zestien woningen. Die naakte wit- en zwart gekalkt-en-geteerde gangen stonden er brak, als enkele scheidingen aan niemand toebehoorend.

In deze grauwe ophooping, het levenloos geraster, de huurkazerne van een maatschappij voor goedkoope woningen, — en waarvoor je nog v/kt solied en degelijk