Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest aangeschreven staan, met altijd vast werk, om in aanmerking te komen als huurder, — viel dadelijk zonder gerucht weg al 't daags gestommel, gelijk een steen in 't luchtleege, omdat ieder zich terugtrok achter zijn deur, in zijn eigen kamer, kamer met alkoof en keuken.

De zestien schelknoppen aan de deur waren daar eigenlijk ook voor niemendal, bij het bouwen aangebracht, maar niet onderhouden, de meesten allang stukgetrokken, de anderen verroest door het weinig gebruiken. Want wie er kwam wist wel waar hij moest wezen, klom parmantig op, klopte aan als hij zich vergiste, vroeg: een, twee, drie of vierhoog, vóór of achter, links of rechts. De bewoners zelf hadden ze in 't geheel niet noodig. De buitenpoort stond toch altijd open ; overdag, 's avonds wagewijd en 's nachts op een kiertje. Van de enkele trappen, uit de leege, gekalkte gangen was niets te halen; ieder sloot van binnen voor de sekurigheid wel af, en waar geen bel ooit klingelde bleef het stil en doodsch.

Alleen 's Zaterdags, als de mannen te

Sluiten