Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrale lijven aan de deurstijlen, tijdverkwistend, zich dan weer reppend om voort te komen. Ruw en ongegeneerd kwakten ze met de vuilnisbakken, onbekommerd of er wat stortte. De todden, de vodden, de spaanders en papieren waaiden met de asch óp, dwarrelend in 't geile van de grauwe straat, waar de aschman dubbel te doen kreeg om dat alles te vergaren.

Heel den morgen jelde en rommelde het anders zoo doffe huis in de rammelgeluiden van emmer, blik en stoffer, beefden de trappen onder het gebons van vaten en teilen, onder al het heen en weer gesloof en geslobber.

's Middags leek het gedaan.

Dan plasten, ploeterden, boenden ze binnen, om snel de boel aan kant te krijgen, ddnkwam ook de opstapeling woningen, ondanks het gestommel en gezwoeg binnen, weer tot rust, tot een bedarende-neerzakkende, armelijke stilte, die de gangen, de trappen, opnieuw liet schimmen in eigen leegte.

De straat strekte zich weer grauw in

Sluiten