is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwijgen. Alleen de papieren, de snippers, de schillen tusschen de verwaaide asch, lebberden voort, wijl de groote aschkar zich daarmee niet bemoeide, alleen maar nemend wat in bakken stond — en de geheele straat van gevangenishuizen, al fleurde er ook een bloem brutaal over een sjofel hekje, met weer goor waschgoed ernaast, wat nog drogen moest als verschooning voor den Zondag, leek dan een uitééngewaaide mesthoop, wat wèl zóó bleef tot het mannetje met den handwagen kwam, en alles geduldig bijveegde, opschepte.

Ook nu, tegen den avond, terwijl de venters hunne waren al uitschreeuwden, begonnen de kale gangen te leven, kwam op de trappen weer 't gedribbel. De mannen sjokten niet met langzame en onverschillige voeten als gewoon in de week, ook niet zoo moe en slap, wegglippend naar hun deur, maar stapten flink en stevig, met zware passen, die al vooraf lieten weten, dat ze wat inbrachten. Ze werden nu niet opgeslurpt door het huis, maar stommelden 'et zelf in leven. Een oogenblik later trippelde