is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fantasie, niet van 't leven. Ze verdorren gnze verleppen niet. Wie biedt er meer?

„Zes-en-twintig is geboden !"

„Ja!" riep er een.

„Toe moe," drensde, drong aan het kind. Ze vond ze zelf ook mooi, en vrouw de Ram bood en schreeuwde mede.

„Wie 't meeste geeft die heeft ze," schalde de bloemenkoop, blij toch los te komen ; hij draaide met de bloemen heenen-weer.

Er volgden vele stemmen; 't bieden ging tot acht, negen-en-twintig, dertig!

„Ze zijn te geef," riep hij, darde nog wat, gaf ze toen aan den bieder.

„Hoe jammer," dreinde Mies.

„Och kind," mokte ze kribbig, „zoo gaat 'et nou altijd!"

Ze bleven nog even staan, draalden, omdat de anderen bleven — en al-zijnleven, wat zeg-je daarvan," er kwamen er nog een paar. De laatsten, de allerlaatsten, riep hij, schaterlachend. ,,Het neusje van de zalm, de bloem der bloemen!"

En werkelijk, ze schenen nog mooier dan de vorigen.