Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloemstuk in haar handen voelde en torschte.

Mies opgetogen, wilde meehelpen meêaanvatten, riep in eerbiedig bewonderen, onafgebroken, „wat een pracht, wat een pracht," sloeg pretklappend in haar handen.

Het werd tusschen moeder en Mies een heel overleggen hoe dat alles naar huis te krijgen.

De tasch met kruidenierswaren en de karbies met bloemkool, roode kool, savooie en bieten waren al niet licht, en nu kwam dat groote schip erbij. Zij besliste, nam aan een hand al de inkoopen, waarin geplant 't eene potje met bloemen, voorzichtig tusschen de koffie en de suiker, en tilde het andere potje in den leegen arm.

Mies droeg met beide handen het groote schip, het kleine gezicht erachter verscholen en met haar neus bijna er tegenaan. Ze kon door de zeilen en lintjes nauwelijks heenkijken, om niet tegen anderen op te loopen.

De drukke markt stuwde en ratelde om haar heen, — en erg bang, dat de bloemen zouen kreukelen, liepen ze heel voorzich-

Sluiten