is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Mies droeg het bloemenschip bijna boven haar macht op tafel, waar het nu stond

vlak voor zijn oogen.

„Zesentwintig?" ratelde hij op. „Is dat soms geen geld ? Zesentwintig! Ga je gang maar en ik zonder werk!'

„Wat zè-je?... Zonder werrek?"

't Was of de kamer tegen haar opsloeg, of ze kreeg een tik recht op haar neus.

„Ja, zonder werk," zei hij nog eens treiterend, èn jij geeft maar uit voor prulle !"

„Je had dat toch wel eerder kunne zegge," nijdigde ze nu ook vijandig.

„Kunne zegge, kunne zegge? Je koop' maar en vraagt nooit wat?

In zijn verbeten woede sloeg hij zijn hand uit, smeet 't bloemstuk van de tafel.

„Wel zeker, wreek 'et daar maar op," rumoerde ze, niet dadelijk wetend wat ze zou doen.

Het bloemeschip bleef daar liggen, een smalende vlak tusschen hen in.

Zij zelf stond met giftig-kwade oogen en 't kind durfde er niet aankomen.

Hè v&", zei ze toen benepen schuchter,