Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duwend, want ook zij besefde nu, dat onder deze omstandigheden de bloemen weggeworpen geld bleef. Toen ging ze aan haar werk, zocht naar wat ze niet vinden kon, wilde wat doen, hielp daarom Mies die nu wel zoo wat ontkleed was, te bed.

Het bleef tusschen hen beiden een dofbeklemmend zwijgen.

Hij voelde zich niet minder lam, stond norsch op, bromde dat-ie nog even uitging. „Ik zal kijke 'es bij Adrian, misschien kan die nog een mannetje hebbe!"

Het luchtte op.

Ze wist wel, dat hij een borrel ging pakken, maar ze was blij, dat hij heenging. Ze zou wel zorgen in bed te liggen voor hij terugkwam.

Een kwartiertje later kwam Anne, het oudste meisje thuis.

„Waar kom je vandaan, sliert die je bent ?"

„Van tante ?"

„Van tante, zoo laat nog, maak dat je straatmeide wijs !"

„Nou, u kunt het navrage !"

3

Sluiten