Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezicht, ziende tegen het sterkbewasemde raampje van de deur de donkere ommelijnen van zijn eigen schuchtere plompe figuur.

Hij kwam aarzelend binnen, niet goed durvend.

Wat zou-ie doen ?

Half al in 't smalle deurtje het plompe lichaam, half nog buiten, zei hij botweg :

„Nog niks, ik heb nog niks !"

Toen trok hij de deur achter zich toe, schoorvoette verlegen in het vertrek.

,,0, ben je daar ?" riepen ze zoowat tegelijk.

De grove, vleezige jongen met purpere wangen, de oogen loomig, de mond gretig, wijd als de poort van een niet te vullen voorraadschuur, bleef suf staan.

Om zijn naar buiten gebogen beenen spande een verschoten broek, van onder niet vrij van rafels, die vreemd gewrongen, krom-hoekig neerpijpte.

De jas door het lange dragen wat uit elkaar gezakt, hing straterig-sjiek los, op zijn zondags-open. Om zijn verslonsde gele haren kleefde een beetje schuin de pet. Hij

Sluiten