is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keesie grijnsde weer, knikte, zei: „Ik zal mijn best doen, baas."

„Je doet nu al drie weken je best en je vindt niks."

„Ja baas !"

)>Ja> ja> j'j met je ja-baas, maar voor Zaterdag moet-je wat hebben, hoor je! Dan moet-je d'er uit!"

„Ja baas," zei Keesie weer, maar nu zenuwachtig-gedwee. Hij begreep dat het meenens werd — en het huilen werd hem nu liever dan 't lachen. Waar zou hij na Zaterdag heen ?

Naar huis ?

Dat ging niet. Vader verdiende daar in Deventer met beide handen zeven-guldentwintig, aan de gasfabriek, vast werk voor winter en zomer. Maar zeven-guldentwintig voor zijn elven, dat sopte maar dun — en hij was de oudste, nee, dat ging niet!

„Onder dienst," zei de baas die zijn gedachten voelde.

Hij zei eerst niets, keek alleen armzalig. „Ik wil wel," zei-ie toen, maar ze wille mij niet."