is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar lag de onbekende stad, die er voor hem grolde als een wild beest. Hier in den lagen wagen was het tenminste warm, de warmte, die hij voelde, en die hij ook zag in den wasem, waarmeê de kleine vensters tot dof-wordens toe werden beslagen. — En 'n eenzelfde klamheid en luwte, of het tranen waren die langs dat venster dropen, druilde over hem neer.

Hij voelde op zich drukken de zwaarte van zijn onbeholpenheid, de pijnlijkheid van zijn toestand, en het niet weten waar heen. In nu toch wel scherpere lijnen kwam dat vreemde beest van de vreemde stad als met scherpe, nijdige nagels op hem af, sloeg hem in zijn vleesch. Lamlendig bleef hij tegen den deurpost hangen, de verwezen oogen dwalend over den wasemenden soeppot, over de handen der dochter die vlijtig den lepel erdoor roerde. Zijn oogen keken aldoor maar naar 't zelfde, zagen hoe haar handen een bord volschepten, zonder te merken dat hij 't zelf zag, geheel weg in zijn dof en star kijken, 't Ging hem voorbij. Hij bleef maar staren, tot hij in-eens opschrikte door haar grof-