is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar niet veel meer, want op het kantoor, dit voelde ieder wel, zag men niet graag werkers, die achterbleven en niet mêe konden. Daarom zwoegden ze voort, joegen zichzelf op, ploeterden aldoor tegen elkaar op, de hamers met felle vlugge slagen drijvend, de doorgekomen nagels nijdig bijraspelend en de gloeiende ijzers tegen het eelt duwend, met om hun hoofden de scherpe rauwe brandlucht, die de borst droogmaakte, de keel toeneep, en waarvoor ze dan den wateremmer tegen den gulzigen mond gingen zetten om de nauwe strot wat te laven.

Soms zei er wel één, dat het eigenlijk stom was om zich zoo uit den naad te werken — en ieder voor zich gaf die dan wel gelijk, maar veel verandering bracht dit niet. Wel vertraagden dan even de hamers, werd er wat heen en weer gemompeld, even geleuterd, maar vanzelf gingen de spier-armen vooruit, ook zonder het werkelijk te willen — en als de veertien dagen om waren, en er kwam tusschen de vijfentwintig en dertig gulden in de hand, nu, dat leek dan zoo slecht nog niet!

Met den nieuwen Maandag hamerden ze